Een uitverkoren volk

Doet God aan 'vriendjespolitiek'?

De Kerk van God wordt wel eens een exclusieve organisatie genoemd die meent, als Gods enige ware Kerk, een uniek begrip van de bijbel te hebben. Bijgevolg kreeg zij door sommigen het etiket 'sekte' opgeplakt. Met die aanduiding wordt echter voorbijgegaan aan wezenlijke informatie uit historische en bijbelse bron.
Er bestaan veel groeperingen die aanspraak maken op exclusieve status, opdracht of rechten. Toch worden die niet allemaal als sekten be-schouwd! Zo voeren de Joden al duizenden jaren aan, dat zij Gods uitverkoren volk zijn. De rooms-katholieke kerk stelt zich op het standpunt dat zij de enig ware, door Jezus Christus opgerichte Kerk is, gebouwd op het fundament van de apostel Petrus als eerste paus. Sterker nog, latere pausen stelden dat zij de plaatsbekleder of directe vertegenwoordiger van Christus waren. Moslims op hun beurt, stellen zich als enige op het standpunt dat er geen God is dan Allah en dat Mohammed zijn profeet is - en dat uiteraard alleen de moslims Gods volk zijn.
De geschiedenis kent legio voorbeelden van volken die zichzelf zagen als door God uitver-koren voor een bijzonder doel. Arabieren uit de zevende eeuw beschouwden het hun goddelijke roeping om de islam te verbreiden ten koste van christelijk goed en bloed. Europese kruisvaarders lieten zich voorstaan op hun goddelijke missie tot bevrijding van het Heilige Land uit de handen van ongelovigen. Middeleeuwse Franken en Duitsers geloofden dat zij van Godswege verantwoordelijk waren voor de bescherming en verbreiding van het christelijke geloof middels de politiek-religieuze dominantie van het heilige Roomse Rijk. Andere voorbeelden zijn: de Britse overtuiging dat Gods hand hen redde van de Spaanse Armada, Hitlers vermeende opdracht voor een door Duitsland gedomineerd duizend-jarig Reich, en de Japanse 'roeping' om mede-Aziaten bij te brengen hoe te leven.
Waar komen exclusieve opvattingen nu precies vandaan? Zijn de honderden sekten en denominaties van het christendom allen 'broeders en zusters in Christus', of worden velen misleid? Zijn er in onze tijd werkelijk miljarden christenen op aarde, of is het aantal ware christenen veel kleiner? En hoe zit het met andere religies? Vereert men overal een andere versie van één en dezelfde God? Leiden vele brede wegen tot God - of is de weg recht en smal?
Laten we het idee van een 'uitverkoren volk' wat nader bekijken. Heeft God ooit één volk boven alle andere verkozen? Zo ja, is dit dan een kwestie van 'vriendjespolitiek' - van 'goddelijke discriminatie?

Een uitverkoren volk

Anders dan wat velen graag zouden geloven, is het begrip 'uitverkoren volk' bijbels en van goddelijke herkomst! Dit begrip loopt als een rode draad door de bijbel. Toen God in het Oude Testament een verbond met de Israëlieten sloot, zei Hij: "indien gij aandachtig naar Mij luistert [Mij gehoorzaamt]… zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn… Gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk" (Ex. 19:5-6). Helaas kwamen de Israëlieten hun deel van de overeenkomst niet na, zodat zij het scheidings-document ontvingen (Jer. 3:8).
In het Nieuwe Testament verklaart de apos-tel Petrus met het oog op de gemeente van ware gelovigen: "Gij echter zijt een uitverkoren ge-slacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom", uit duister-nis geroepen (1 Pet. 2:9). Er is dus ook een groep die in duisternis leeft, omdat men aan het Woord van God ongehoorzaam is en zich eraan stoot (vv. 7-8).
Bedoelt Petrus, wanneer hij de Kerk "een uitverkoren geslacht" noemt, dat iedereen die belijdt in Christus te geloven zonder meer tot die uitverkoren groep behoort? Jezus verbaasde veel toehoorders met de uitspraak: "Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is" (Matt. 7:21). Later legde Hij uit dat alleen degenen die Gods geboden houden, in Zijn Koninkrijk zullen komen (19:16-19). In feite waarschuwde Jezus er herhaaldelijk voor dat vele belijdende christenen, die Christus predikten en lofwaardige werken deden, niet in het Koninkrijk komen (7:22-23). Maar ook wijst Hij op een groep, de 'uitverkorenen', ter wille van wie de a.s. 'grote verdrukking' zal worden bekort (24:21-22). In de bijbel gaat het vaak over de uitverkorenen - een uitverkoren volk dat prominent aanwezig is in Gods alomvattende plan voor de mensheid.

Het eerstelingenfeest als 'sleutel'

De bijbelse heiligedagen (zie Lev. 23) worden vandaag de dag door verreweg de meeste belijdende christenen niet gevierd. Dat is jammer, omdat die in feite het plan van behoud uitbeelden dat God op aarde ten uitvoer brengt. De jaarlijkse feesten Pascha en de Dagen van Ongezuurde Broden symboliseren Christus' dood voor de zonden van de mensheid en de noodzaak om de zonde uit ons leven weg te doen. Het Pink-sterfeest, ook bekend als het Eerstelingenfeest, geeft de heilige Geest weer die over Gods volk wordt uitgestort en tevens het begin van de nieuwtestamentische Kerk (Hand. 2). De heilige-dagen van het najaar zien vooruit naar de terug-keer van Jezus Christus en de aanvang van Zijn duizendjarig bewind.
Deze hoogtijdagen hebben symbolische betekenis, zoals we net zagen. In onze geïndus-trialiseerde en verstedelijkte wereld heeft men echter weinig oog voor het feit dat die dagen een voorstelling zijn van wezenlijke fysieke aspecten van de landbouwcyclus. Zo markeerde de koren-schoof, die tijdens de Dagen van Ongezuurde broden heen en weer werd bewogen, het begin van de voorjaarsoogst, waarbij Christus werd uitgebeeld als allereerste van de eerstelingen (Lev. 23:10-12; 1 Kor. 15:20-23). Het Pink-sterfeest volgde aan het einde van de voorjaarsoogst, die klein was vergeleken met de latere, veel grotere najaarsoogst.
De bijbel spreekt over hen, die nu als christenen worden geroepen, als over "eerste-lingen van Zijn schepselen" (Jak. 1:18, SV=Sta-tenvertaling). Zij krijgen ook "de eerstelingen des Geestes" (Rom. 8:23, SV), waaronder begrip van de bijbel, iets waar de overige mensheid nog niet aan toe is (1 Kor. 2:9-10). Met Pinksterfeest wordt jaarlijks herdacht dat in Gods grote plan een kleine groep eerst wordt geroepen, voorgesteld door de voorjaarsoogst. En evenals de voorjaarsoogst wordt gevolgd door een veel grotere oogst in het najaar, zal ook de kleine 'oogst' van Gods kinderen nú, later worden gevolgd door een veel groter aantal geroepenen. Die roeping of 'oogst' - in het duizendjarig rijk en nadien - zal zich uitstrekken tot ieder mens die ooit het levenslicht zag!

Men moet geroepen zijn

Maar zover is het nog niet. God houdt zich nog bezig met de oogst van een kleine groep christenen. Misschien vraagt u zich af: Hoe kan men deel gaan uitmaken van die eerste groep, de eerstelingen? Nogmaals, anders dan de gangbare evangelieprediking, laat de bijbel zien dat mensen niet besluiten 'hun hart aan de Heer te geven'. Jezus legde dit nadrukkelijk uit aan een schare landgenoten, die Hem volgde: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke" (Joh. 6:44).
Vervolgens vernemen we: "Van toen af keerden velen van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede" (v. 66). De reden waarom zij Jezus niet langer volgden, was dat hen niet het geestelijk vermogen was gegeven om Zijn boodschap te begrijpen. Dit geestelijke begrip werd wél gegeven aan het door Jezus geroepen en opgeleide groepje discipelen (Matt. 13:10-13). In dit geval gold, dat degenen die zich afwendden, niet geroepen waren!
Andere bijbelpassages bevestigen dit. In de nacht voor Zijn kruisiging, bad Jezus: "Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt… Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt… de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn" (Joh. 17:6-14). Hier zien we een scheiding tussen nieuwtesta-mentische christenen en zij die 'in de wereld' zijn.
Ook andere Schriftplaatsen duiden hierop: Jezus noemde Zijn ware volgelingen een "klein kuddeke" (Luc. 12:32). En de apostel Paulus zei: "gij ziet uw roeping… niet vele wijzen… niet vele machtigen, niet vele edelen" (1 Kor. 1:26, SV). Wanneer het in de bijbel gaat over Christus' ware volgelingen in dit tijdperk, dan betreft het nooit grote aantallen mensen.
Maar als christenen thans zo gering in aantal zijn, hoe zit het dan met alle anderen? Volgens het boek Openbaring is het "de satan, die de gehele wereld verleidt" (12:9). Jezus Christus profeteerde over de eindtijd: "Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren" (Matt. 22:14). Waarom? Paulus geeft een deel van het antwoord met de uitleg, dat het verstand van hen die niet zijn geroepen, verblind is door 'de god dezer eeuw', oftewel de satan (2 Kor. 4:3-4). Hij wijst erop dat de duivel dienaren ertoe misleidt een andere Jezus en een ander evangelie te prediken dan wat men in de bijbel aantreft (2 Kor. 11:4, 14-15). De bijbel openbaart dat Gods heilige Geest vereist is, wil men de waarheid onderscheiden in het ingewikkelde warnet van religieuze verwarring. De heilige Geest wordt gegeven aan hen die geroepen zijn, zich hebben bekeerd en Gods geboden houden (Hand. 2:38; Joh. 14:15-16).

Men moet uitgekozen zijn

Zoals we hebben gezien, blijkt uit de bijbel, dat de meesten die geroepen zijn en de kans krijgen Gods Koninkrijk binnen te gaan, niet in dit leven worden behouden. Jezus zei immers dat velen geroepen werden, maar weinigen uitver-koren. Voorbeelden hiervan vinden we in de geschiedenis. Destijds werd het volk Israël door God uitgekozen om als voorbeeld te dienen voor omringende landen (Deut. 4:1-8). Maar de Israëlieten kozen voor ongehoorzaamheid aan Gods wet en werden door Hem verworpen. Saul werd gekozen als eerste koning van Israël, maar besloot z'n eigen overleggingen te volgen in plaats van Gods instructies, zodat hij z'n speciale status verloor (1 Sam. 15). Jerobeam kreeg de kans over tien stammen van Israël te heersen (1 Kon. 11:37), maar zijn religieuze vernieuwings-drift dwars tegen Gods wil in, bracht die stammen op een dwaalweg, met nationale ballingschap als gevolg (1 Kon. 12:32-33).
Het Nieuwe Testament geeft hetzelfde beeld te zien. Hoewel de Kerk op Pinksterdag met grote aantallen nieuwe bekeerlingen begon - 3000 dopelingen op één dag (Hand. 2:41) - blijkt dat vervolging en tanende geestdrift door de jaren heen hun tol eisten. Paulus zegt zo'n 30 jaar later dat "allen in Asia zich van mij hebben afgekeerd" (2 Tim. 1:15). Dit sluit aan bij wat Christus zegt over de vroege Kerk, wanneer Hij het 1e eeuwse Efeze-tijdvak van de nieuwtestamentische Kerk beschrijft: "Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt. Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen" (Openb. 2:4-5). Bepaalde karakterei-genschappen zijn derhalve nodig om als geroe-pene te worden uitgekozen.

Mozes werd door God uitgekozen om zijn zachtmoedigheid. David werd uitgekozen omdat hij een man was naar Gods hart. Iedere geroepene en gekozene dient trouw te blijven tot het einde.

Wie wordt uitgekozen?

Jezus zei: "Ik weet, wie Ik heb uitgekozen" (Joh. 13:18). En tot de twaalf apostelen: "omdat… Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld" (15:19). Verder weten we dat wie uitgekozen is, "tot het einde" zal moeten volharden om behouden te worden (Matt. 10:22). Jaren later beklemtoont Paulus dit wanneer hij de Korintiërs schrijft: "Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, doch dat slechts één de prijs kan ontvangen?… ik tuchtig mijn lichaam… om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden" (1 Kor. 9:24-27). Paulus kende de gevolgen van terugglijden in wereldse levens-wijzen, na daaruit geroepen te zijn - als hij zijn roeping niet bevestigde, zou hij naast de uiteindelijke beloning grijpen!
De apostel Johannes beschrijft de heiligen, die Christus bij Zijn terugkeer begeleiden, als: "zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitver-korenen en gelovigen" (Openb. 17:14). Dit is in wezen hetzelfde compliment dat de verheerlijkte Jezus Christus maakt aan de Filadelfische Kerk in de eindtijd: "gij hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend" (3:8). Abraham, de vader der gelovigen, was door God uitgekozen vanwege zijn speciale karaktereigenschappen - zijn trouw in het volgen van Gods wegen en het voorhouden van die levenswijze aan zijn nako-melingen (Gen. 17:9). Mozes werd door God uitgekozen om zijn zachtmoedigheid (Num. 12:3). David werd uitgekozen omdat hij een man was naar Gods hart (1 Sam. 13:14). Iedere geroe-pene en gekozene dient trouw te blijven tot het einde.

Waarom een uitverkoren volk?

Wat gaat er schuil achter de exclusief klinkende idee van een speciaal volk? Heeft God een doel met Zijn uitverkoren volk, of is er sprake van willekeurige 'bevoorrechting', door sommi-gen te verkiezen, met uitsluiting van anderen? Laten we de bijbelse uitleg bezien.
In de nacht vóór Zijn kruisiging, zei Jezus tot de twaalf apostelen: "Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen" (Joh. 15:16). Zij moesten de karaktereigenschappen van God in zich ontwikkelen, zoals ook Abraham, Sara, Mozes, David en anderen deden (vgl. Hebr. 11). Gods uitverkoren heiligen moeten, na uit de we-reld te zijn geroepen, lichtende voorbeelden wor-den - door inachtneming van Gods levenswijze (Matt. 5:13-16). Ook wordt hen, die nu geroepen zijn, opgedragen om de kudde, die God verza-melt, te hoeden en te voeden (Joh. 21:15-17) en het evangelie te prediken van het a.s. Koninkrijk van God (Matt. 24:14). De enige werkelijke hoop van de mensheid ligt in de terugkeer van Jezus Christus, die de scepter over dit wereldbestel zal overnemen om de problemen op te lossen, waar-toe de mens niet in staat is gebleken.
Eén van de grootste uitdagingen voor Gods uitverkoren volk was en is nog altijd: "staat vast en houdt u aan de overleveringen, die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, geleerd zijn" (2 Tess. 2:13-15). Alleen zij, die geroepen en uitverkoren zijn, en die groeien en trouw blijven aan hun door God gegeven opdracht, zullen de kans krijgen met Jezus Christus te regeren wan-neer Hij terugkeert om Zijn Koninkrijk op te richten (Dan. 7:27; 2 Tim. 2:12). Dit is de ongelo-felijke erfenis die hen wacht, die als eerstelingen geroepen zijn (vgl. Hebr. 2:6-7).
Doet God aan 'vriendjespolitiek' en kiest Hij slechts 'gunstelingen' uit, met uitsluiting van alle anderen? Nee; het feit zelve dat er eerstelingen zijn, duidt al op een latere oogst en dus op latere vruchten. Tijdens het duizendjarig rijk zal Jezus Christus - bijgestaan door Zijn geroepen, opge-leide en uitverkoren heiligen - daadwerkelijk Zijn aandacht en energie richten op de bekering van een enorme mensenmassa (Jes. 2:2-4). Het duizendjarig rijk zal worden gevolgd door een grote opstanding. In die periode - we kennen die als het 'oordeel voor de grote, witte troon' - zullen allen die ooit hebben geleefd de gelegen-heid krijgen Gods levenswijze te vernemen en na te volgen (Openb. 20:4-5, 11-12). Iedereen krijgt uiteindelijk dezelfde kans om deel uit te maken van Gods Gezin - niemand uitgezonderd!
In dit leven geroepen worden, is vooral een kwestie van 'timing'. God heeft een plan, een doel en een tijdschema. Hij bereidt een kader voor om Jezus Christus te assisteren bij de vor-ming van een bestuur dat in het Koninkrijk van God gaat regeren. Jezus Christus heeft niets weg van politici, die pas na hun verkiezing op zoek gaan naar gekwalificeerde medewerkers. God heeft van meet af aan mensen voor Zijn bestuur geroepen en getraind! Maar vergis u niet - wie vandaag worden geroepen, zijn geen haar beter dan ieder ander. Alleen hebben zij nu de kans om wel of niet toegang tot het Koninkrijk Gods te krijgen.
Er staat veel op het spel voor hen die nu door God worden geroepen. Indien uw verstand is geopend om het plan van God te zien en te begrijpen, dan heeft u de gelegenheid en de ver-antwoordelijkheid om te kiezen tussen twee uiteenlopende levenswijzen - Gods weg, of de weg van deze wereld.
Het oude volk Israël stond voor dezelfde keuze als u en ik vandaag (Deut. 30:15-20). Als u beseft wat u wordt aangeboden, ga er dan niet lichtvaardig mee om! Jezus vermaande Zijn toe-hoorders: "Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht. Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die" (Matt. 13:45-46). Als u geroepen bent, laat u de kans dan niet ontgaan om deel uit te maken van Gods uitverkoren volk. Doe uw best om te groeien en vrucht te dragen! Houd vast aan wat u is geleerd en wat u als juist heeft aangetoond! Blijf u richten op Gods opdracht, zodat u deel kunt uitmaken van het uitgelezen gezelschap van eerstelingen, die Jezus Christus zullen inhalen bij Zijn komst!